Houden we het droog?

Het weer, iedereen praat erover maar niemand doet er wat aan. Ondergelopen kelders, hele straten blank, de laatste tijd is het regelmatig raak. Ons geliefde Thaise restaurantje Bleu Mekong in Rotterdam was volgens mijn dochter laatst in een ware delta veranderd. Het enige wat rest is dan dweilen. Nu het bruggetje naar de osteopathie. De vraag ‘houden we het droog?’ kan in sommige gezinnen voor grote spanningen zorgen.  (Bed)plasproblemen zijn niet alleen hardnekkig en lastig op te lossen maar voor de ouders en helemaal voor het kind heel belastend. Gebrek aan zelfvertrouwen, pesten, sociaal isolement en stress in de relatie tussen ouders en kind kunnen het gevolg zijn. Erover praten is leuk, maar kan er iets aan gedaan worden?

Cursus Om me daar verder in te verdiepen reisde ik vrijdag 27 mei in alle vroegte naar Emmeloord voor de cursus ‘osteopathie bij (bed)plasproblematiek’. Ondanks het mooie weer waren om half 9 alle stoelen in het zaaltje van Van der Valk al bezet door leergierige collega’s.

Cursusleider Hans stak stipt op tijd van wal om ons mee te nemen langs trage oevers vol taaie basiskennis anatomie en fysiologie. Geen dankbare taak. Onze aandacht werd vastgehouden met veel kleurige plaatjes. Maar bij de uitleg over de finesse van de nierfiltratie dwaalden mijn gedachten toch een beetje af.

Kinderurologie. Na het degelijke betoog van Hans kwam kinderuroloog Jan Willem. Hij vertelde onderhoudend over de pathologie en over de aanpak van de plasproblemen op zijn poli. Dit onder het motto ‘als zindelijk worden niet vanzelf gaat’.

Sommige kinderen hebben een lichamelijke afwijking zoals een te nauwe plasbuis. Dan kan een chirurgische ingreep uitkomst bieden. Wanneer wat dat betreft alles verder in orde is wordt de basis van zindelijkheid gelegd met een goede pottraining. Hiervoor is een stappenplan ontwikkeld. Bij de overgang naar de grote-mensen-wc  is een ontspannen toilethouding belangrijk (zie plaatje). Dit alles gebeurt tussen de 2 en 4 jaar.

Ouders en begeleiders dienen te letten op zgn ophoud gedrag, zoals onrust, op de voet gaan zitten of gekruiste benen.

Na het eerste consult moeten ouders een plasdagboek of plaslijst invullen. Dit zegt iets over de blaascapaciteit van het kind.

Voor de aanpak van de dagelijkse wateroverlast heeft de uroloog, naast eventuele chirurgie, verder eigenlijk maar één wapen tot zijn beschikking: de blaastraining. Voor uitleg over wat blaastraining precies is zie de toelichting onderaan dit artikel. Tot zover over in de broek plassen.

Na de lunch gingen we verder over de aanpak van bedplassen, in vaktaal enuresis geheten. Ongeveer een kwart van de kinderen tussen 5 en 6 jaar heeft er last van. Sommige kinderen hebben bijkomende problemen zoals obstipatie, oftewel moeite met de ontlasting. Dit kan bedplassen in de hand werken en dient daarom als eerste te worden aangepakt. Daarna volgen de bekende adviezen zoals ’s avonds oppakken om te laten plassen en weinig drinken voor het naar bed gaan. Tot slot is er de plaswekker. Tegenwoordig een geavanceerd sensortje in een speciale onderbroek dat bij de eerste druppel een wekker doet afgaan. Het gebruik vraagt om geduld vertelde Jan Willem, goed resultaat kan maanden op zich laten wachten.

Osteopatische behandeling. De laatste en voor ons eigenlijk toch wel interessantste spreker was osteopaat Robbert. Hij vertelde met grote kennis van zaken over de osteopatische behandelmogelijkheden bij (bed)plasproblemen. Hij zette alles nog eens goed op een rijtje. De osteopaat kan in ieder geval helpen bij de genoemde obsitpatieproblemen. Daarna liet Robbert zien hoe plas ophouden (continentie) en blaas legen (mictie) worden geregeld via het zenuwstelstel. Osteopathie kent technieken om het zenuwstelsel op een aantal cruciale niveaus te beïnvloeden zodanig dat de continentie en mictie functie beter worden. Dat kan met zachte craniale technieken aan de schedel en met mobilisaties van de wervelkolom en het bekken. Ook kan het nodig zijn om organen zoals de blaas zelf of de nieren en darmpakket los te maken. Dit met veilige en voorzichtige handgrepen. Wanneer weefsels ontspannen zijn gaan organen weer beter functioneren. Robbert vertelde dat hij goede resultaten zag bij de kinderen die hij heeft behandeld.

Het laatste deel van de cursus bestond uit het de revue laten passeren van de bekende behandeltechnieken en het voordoen en oefenen van een aantal nieuwe. Dat is precies waar osteopathie het verschil maakt, we doen iets.

Conclusie. Is het met het (bed)plasproblemen hetzelfde als met het weer? Nee dus. Ouders en kinderen praten erover, de uroloog geeft adviezen en oefeningen, maar de osteopaat doet er wat aan! (Bed)plasproblemen kunnen goed behandeld worden en osteopathie kan daardoor blaastraining of palswekkergebruik sneller succesvol maken.

Trouwens ook bij volwassenen, bijvoorbeeld vrouwen met bekkenbodemklachten na een bevalling, kan osteopathie helpen bij incontinentieproblemen.

Toelichting blaastraining

Blaastraining is bedoeld voor kinderen die overdag vaak plassen of een natte broek hebben. ‘Vaak’ is meer dan acht keer. Met blaastraining leren kinderen om overdag de plas overdag langer op te houden. Het idee is dat zij hierdoor ook ’s nachts makkelijker droog blijven.

Het is niet bewezen dat blaastraining werkt. Sommige ouders proberen toch of deze methode misschien werkt bij hun kind.

Blaastraining gaat als volgt:

  • Overdag laat u uw kind in korte tijd twee flinke bekers leegdrinken.
  • Moet uw kind plassen? Dan gaat uw kind wel op het toilet zitten maar probeert het om het plassen uit te stellen, bijvoorbeeld door rustig tot tien te tellen.
  • Noteer de tijd tussen het drinken en het plassen.
  • De volgende dag moet uw kind proberen het plassen iets langer uit te stellen.
  • Als uw kind een paar dagen achter elkaar oefent, leert het de plas langer op te houden.

Een andere aanpak van deze methode gaat als volgt:

  • Laat uw kind in een maatbeker plassen.
  • Noteer de hoeveelheid die het kind heeft geplast.
  • De volgende dag moet uw kind proberen iets meer te plassen. Dat kan als uw kind het plassen uitstelt. Als dit lukt, krijgt uw kind een punt.
  • Bij tien punten krijgt uw kind een beloning. Spreek van tevoren met uw kind af wat de beloning is.
  • Als uw kind een paar dagen achter elkaar oefent, leert het kind de plas langer op te houden.

Heeft u voor een van deze twee manieren gekozen? Dan is het belangrijk om de aanpak minstens één maand vol te houden.

Meer informatie over bedplassen vindt u op Kenniscentrum Bedplassen.

 

Advertenties