(a)specifieke lagerugpijn – hoe osteopathie de huisarts aanvult

Aspecifieke lagerugpijn is een veel voorkomend probleem in de Nederlandse samenleving. De huisarts begeleid een patiënt volgens de betreffende richtlijn van het Nederlandse Huisartsen Genootschap (1). Kern van de richtlijn is: in beweging blijven! De osteopaat kan zich hier in vinden aangezien ‘bewegen is leven’ onze filosofie is. Zie ook de vorige blog over zitten. Op één plaats echter wijkt de ervaring van de osteopaat af van de richtlijn. Er wordt gesteld dat de oorzaak van aspecifieke lagerugpijn niet precies is aan te geven, terwijl onze ervaring is dat dat in veel gevallen wél kan. En dat een specifieke en effectieve behandeling heel goed mogelijk is.

Lage rugpijnOnder aspecifieke lagerugpijn wordt rugpijn verstaan in het gebied tussen de onderste ribben en de bilplooien, waarbij geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar is. Bedoeld wordt dat er geen ‘grote’ oorzaak in het spel is, zoals een hernia, een fractuur, een tumor of een ontsteking.

Wanneer de rugpijn langere tijd aanhoudt kunnen bepaalde gevolgen wel vervelend zijn. Denk aan moeheid door pijn en slecht slapen, problemen met het werk, verlies aan conditie, somberheid en sociaal isolement.

In de eerste 6 weken is het advies om zo snel mogelijk weer in beweging te komen en normaal te gaan functioneren. Het gaat tenslotte om onschuldige rugpijn waarvan de precieze oorzaak niet is aan te geven. Bewegen bevordert het herstel en bewegen met pijn veroorzaakt géén schade.

Wanneer het langer dan 6 weken duurt zal de huisarts verwijzen naar een oefen- of fysiotherapeut voor intensieve oefeningen. Zo nodig kunnen pijnstillers voorgeschreven worden, zoals paracetamol of diclofenac. Ook een verwijzing naar een manueel therapeut is mogelijk.

Wanneer de klachten toch blijven aanhouden (langer dan 12 weken) is het advies om door te gaan met de intensieve oefeningen, om de pijn en de beperkingen te accepteren (‘er mee te leren leven’) en eventueel een psycholoog of gedragstherapeut te raadplegen.

Wat in de richtlijn ontbreekt is verwijzing naar een behandelaar zoals een osteopaat, die wél specifieke, ‘kleine’ oorzaken kan vinden en behandelen. Osteopathie richt zich specifiek op de niet erkende ‘kleine’ oorzaken van aspecifieke lagerugpijn.

Osteopatische behandeling

Osteopathie bekijkt het lichaam als één geheel. Behalve spieren en gewrichten betrekt de osteopaat ook bewegingsbeperkingen van organen bij de behandeling. De relatie tussen organen en rugpijn blijkt bv uit de lagerugpijn die vrouwen kunnen hebben rond de menstruatie. Osteopathie onderzoekt en behandelt bij lagerugpijn de heupen, de wervelkolom en het bekken en ook organen in het bekken en daarbuiten (denk aan blaas, darm en nieren).

Behalve door vastzittende spieren, gewrichten of organen kan lagrugpijn ook veroorzaakt worden door verstoringen in het bindweefsel van spieren en gewrichten, de zgn fasciale distorsies (distorsie: vormverandering).

Fasciale distorsies kunnen zich uiten als

– een branderige trekkende pijn van de rug over de bil, uitstralend naar het been

– een doffe pijn op één plek in de bil (waar je met je duim op wilt duwen)

– een scherpe pijn op één punt in het kuiltje links of rechts net boven de broekband

– een doffe pijn diep in de lagerug, waarbij bewegen niet beperkt is

– een wisselende vage en soms hevige pijn als een band over de rug

– een voortdurend stijve rug

Rug3

Met name de fasciale distorsies geven hele typische lagerug klachten. Bij elk van deze klachten past de osteopaat een bijpassende, op de oorzaak gerichte behandeling toe. De branderige, trekkende pijn bijvoorbeeld wordt meestal veroorzaakt dor een fascieplooi die losgewerkt moet worden, terwijl stijfheid in de onderrug wordt veroorzaakt door vastzittende wervel- en bekkengewrichten die gemobiliseerd en gemanipuleerd kunnen worden .

Volgnes de richtlijn zijn dit klachten ‘zonder bekende oorzaak’. De adviezen en oefeningen zijn dan ook van  algemene aard. De huisarts wijkt niet graag van de richtlijn af en is huiverig om osteopathie te adviseren.  Liever vasthouden aan het ‘blijven bewegen!’ beleid, ook al wordt de pijn er niet minder door. Wat kan osteopathie in zo’n, soms maanden durende situatie toevoegen? Een doelgerichte en kortdurende behandeling van lokale bewegingsbeperkingen of distorsies waardoor de pijn minder wordt of verdwijnt en de beweegadviezen van de huisarts veel beter tot hun recht komen. Het scheelt maar één letter, maar de specifieke osteopatische behandeling kan voor de duur van aspecifieke lagerugpijn een wereld van verschil maken.

bron

  1. Samenvatting richtlijn Aspecifieke lagerugpijn NHG https://www.nhg.org/standaarden/samenvatting/aspecifieke-lagerugpijn#idm25965232

Advertenties